12 — PI, Stagnatie

Hindernis

Boven: De Hemel — Tj'ièn, Het Scheppende
Beneden: De Aarde — K'oen, Het Ontvangende

Omschrijving

In plaats van een wisselwerking of integratie (hexagram 11) is hier sprake van een tegengestelde beweging.
Het lichte, hemelse yang stijgt op en beweegt zich steeds verder van het zwaardere, aardse yin vandaan, dat op haar beurt de hemel de rug toekeert en zich in tegengestelde richting beweegt.
De natuurkrachten werken in dit geval niet samen en er is sprake van stagnatie, tegenslag en een uitzichtloze toestand.
Maar overeenkomstig de energiecyclus die in de I Tjing in beeld wordt gebracht is er niets onveranderlijk.
De tekst die bij de bovenste lijn hoort luidt niet voor niets: ‘Wat vandaag een obstakel is, vormt morgen een bron van vreugde.
We moeten het verleden loslaten.
Er is geen reden om ons eeuwig te beklagen.

Sleutelwoorden

Barrière, een wegversperring, vastlopen, tegenslag, slechte tijden, stilstand, een patstelling, gebrekkige communicatie.

Oordeel

Stagnatie. De verkeerde mensen hebben het voor het zeggen.
Wijze mensen kunnen hieraan weinig veranderen.
Als het grote verdwijnt, komt het kleine ervoor in de plaats.

Beeld

Hemel en aarde bevruchten elkaar niet. Stagnatie.
Om de zaak niet te verergeren stelt de wijze mens zich terughoudend op. Hij trekt zich terug en laat zich niet tot handelen verleiden.

Tegenslag en stagnatie stellen je innerlijke kracht en standvastigheid op de proef. P’i laat zien dat in zo’n situatie de beste manier van handelen niet-handelen is. Wonden moeten de tijd krijgen uit zichzelf te genezen, wat ziek is of niet deugt moet de tijd krijgen zichzelf uit te roeien. Als je dit forceert, zul je niets bereiken en jezelf onnodig uitputten. Het is raadzaam je krachten te sparen, het hoofd niet te laten hangen en geduldig te wachten op betere tijden.

Veranderingen
  1. Als je nu terugkeert, kun je je gezicht nog redden. Doe je dat niet, dan kom je in een negatieve spiraal terecht en zul je de greep op het gebeuren verliezen.
  2. Haal je niet de woede van anderen op de hals door hen te bekritiseren. Laat anderen in hun waarde en doe wat je voelt dat je moet doen.
  3. Ga niet door op de ingeslagen weg, want dit kan je straks nog lelijk opbreken. De tijd is nog niet rijp om je plannen uit te voeren. Zet alles nog eens goed op een rijtje.
  4. Het tij begint te keren, zo ook je kansen. Wees op je hoede, want als je de eerste stap zet, zul je ook de tweede moeten zetten.
  5. Verlies ook in het zicht van de haven je voorzichtigheid niet. Als je nu domme dingen doet, zul je helemaal opnieuw moeten beginnen.
  6. Wat vandaag een obstakel is, vormt morgen een bron van vreugde. We moeten het verleden loslaten. Er is geen reden om ons eeuwig te beklagen.
Terug naar schema