De Tao van Zelfzuchtigheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld vroeg een leerling aan de meester:
"Meester, waarom denken zoveel mensen eerst aan zichzelf?" De meester glimlachte.
"Waarom denk jij dat?" De leerling dacht even na.
"Uit hebzucht." "Uit egoïsme." "Uit onverschilligheid." De meester schudde zijn hoofd.
"Dat gebeurt soms." "Maar meestal ligt er iets anders onder." Ze liepen samen een bos in.
De winter had de bomen kaal gemaakt. Takken staken als donkere aders af tegen een grijze lucht.
Na een tijdje kwamen ze bij een open plek.
Daar stond een jonge boom.
Hij was klein.
Zijn wortels waren nog ondiep.
Om hem heen stonden grote bomen die al tientallen jaren oud waren.
"Welke boom heeft het meeste aandacht voor zichzelf?" vroeg de meester.
"Die jonge boom." antwoordde de leerling.
"Als hij niet genoeg water krijgt, sterft hij." De meester knikte.
"Precies." Ze liepen verder.
Dieper in het bos stond een enorme eik.
Breed.
Sterk.
Zijn takken boden schaduw aan vogels, insecten en reizigers.
"En deze boom?" vroeg de meester.
"Die geeft meer dan hij neemt." zei de leerling.
"Waarom?" De leerling dacht na.
"Misschien omdat hij sterk genoeg is geworden." De meester glimlachte.
"Je begint iets te zien." Ze gingen zitten onder de eik.
De meester raapte een eikel op.
"Veel mensen noemen zelfzuchtigheid een karakterfout." zei hij.
"Maar vaak is het een vorm van angst." De leerling keek op.
"De angst voor tekort." "De angst om niet gezien te worden." "De angst om niet belangrijk te zijn." "De angst om niet genoeg te hebben." De wind streek door de kale takken.
"Wie voortdurend bang is tekort te komen, verzamelt." "Wie bang is niet geliefd te zijn, vraagt aandacht." "Wie bang is niets voor te stellen, zoekt status." De leerling dacht aan mensen die altijd meer wilden.
Meer geld.
Meer erkenning.
Meer bezit.
Meer invloed.
"Zijn ze dan niet zelfzuchtig?" vroeg hij.
"Zeker." antwoordde de meester.
"Maar zelfzuchtigheid is vaak de vrucht." Hij hield de eikel omhoog.
"Niet de wortel." De leerling werd stil.
Ze liepen verder.
Bij een beek zagen ze een man die met beide handen water probeerde vast te houden.
Steeds weer glipte het tussen zijn vingers door.
Toch bleef hij grijpen.
"Wat doet hij?" vroeg de meester.
"Het water bezitten." zei de leerling.
De meester lachte zacht.
"En hoe gaat dat?" De leerling moest lachen.
"Niet erg goed." Ze bleven kijken.
Naast de man zat een vrouw.
Zij dronk.
Waste haar gezicht.
En liet het water daarna weer stromen.
"Wie heeft het meeste aan de beek?" vroeg de meester.
"De vrouw." antwoordde de leerling zonder aarzelen.
"Waarom?" "Omdat zij gebruikt wat ze nodig heeft." "En loslaat wat ze niet nodig heeft." De meester knikte.
"Dat is het verschil tussen ontvangen en bezitten." De zon brak even door de wolken.
De meester keek naar de stroom.
"Zelfzuchtigheid ontstaat wanneer de mens vergeet dat hij deel uitmaakt van het geheel." De leerling keek naar het water.
Een beek drinkt niet haar eigen water.
Een boom eet niet zijn eigen vruchten.
De zon schijnt niet voor zichzelf.
Alles in de natuur ontvangt.
Alles geeft.
Alleen de mens probeert soms de stroom tegen te houden.
De meester stond op.
"Onthoud dit." "Wie alleen neemt, leeft in voortdurende angst." "Want hij moet beschermen wat hij verzameld heeft." Ze begonnen terug te lopen.
"En wie geeft?" vroeg de leerling.
De meester glimlachte.
"Die ontdekt vroeg of laat dat het leven zelf een stroom is." "En dat wat hij werkelijk nodig heeft vaak verschijnt wanneer hij ophoudt alles vast te willen houden." De leerling keek nog één keer achterom.
De beek stroomde onverstoorbaar verder.
Niemand bezat haar.
Toch gaf zij aan iedereen.
En ineens begreep hij:
zelfzuchtigheid is niet de kracht van de mens.
Het is zijn angst.
En wie zijn angst leert begrijpen, hoeft steeds minder voor zichzelf te leven.
De zelfzuchtige mens denkt:
"Eerst ik." De wijze mens begrijpt: "Zonder het geheel is er geen ik." Daarom verzamelt hij niet uit angst.
Hij ontvangt met dankbaarheid.
En geeft wanneer hij kan.
Want wat stroomt blijft leven.
En wat uitsluitend voor zichzelf wordt vastgehouden, begint vroeg of laat te verstarren.
Zoals stilstaand water zijn helderheid verliest, zo verliest de mens zijn vreugde wanneer hij alleen nog voor zichzelf leeft.