Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van Zelfgenoegzaamheid

Terug naar het overzicht

In de oude wereld geloofden mensen dat ontwikkeling ophield wanneer zij genoeg wisten.

Dus bereikten zij een bepaald punt, keken om zich heen en zeiden:

“Nu begrijp ik het.”

“Nu weet ik genoeg.”

“Nu hoef ik niets meer te leren.”

En vanaf dat moment begon hun groei langzaam stil te vallen.

Toen vroeg een leerling aan de meester:

“Wat is zelfgenoegzaamheid?”

De meester nam hem mee naar een vijver.

Het water lag stil.

Er stroomde niets in.

Er stroomde niets uit.

Na verloop van tijd werd het troebel.

Algen begonnen te groeien.

De geur werd onaangenaam.

“Waarom gebeurt dit?” vroeg de leerling.

De meester glimlachte zacht.

“Omdat stilstand iets anders is dan rust.”

De leerling werd stil.

Daarna liepen zij verder naar een heldere bergbeek.

Het water stroomde voortdurend.

Het ontving nieuw water.

Het gaf water door.

Het bleef fris en levendig.

“Zie je het verschil?” vroeg de meester.

De leerling knikte.

De wind streek zacht over het water.

Daarna liepen zij door een grote stad.

De leerling zag mensen:

die niet meer luisterden, niet meer leerden, niet meer twijfelden en niet meer onderzochten.

Iedereen had antwoorden.

Weinigen hadden nog vragen.

“Waarom gebeurt dit?” vroeg hij.

De meester keek naar een volle beker.

“Wat gebeurt er wanneer ik hier nog meer water in giet?”

“Dan stroomt het over.”

De meester knikte.

“Zo werkt een geest die denkt dat hij alles al weet.”

De leerling dacht lang na.

“Maar meester… is tevredenheid dan verkeerd?”

De meester schudde rustig zijn hoofd.

“Nee.”

Hij keek naar de horizon.

“Tevredenheid brengt vrede.”

Daarna keek hij naar de volle beker.

“Zelfgenoegzaamheid sluit de deur voor groei.”

De leerling werd stil.

“Wat is het verschil?”

De meester glimlachte zacht.

“Tevredenheid zegt:

‘Ik ben dankbaar voor wat ik heb.’” Hij keek naar de open hemel. “Zelfgenoegzaamheid zegt: ‘Er valt niets meer te leren.’” De avond viel langzaam.

Toen sprak de meester:

“De ontevreden mens rent voortdurend achter meer aan.”

Hij keek naar de stad.

“De zelfgenoegzame mens blijft stilstaan omdat hij denkt dat hij gearriveerd is.”

De wind bewoog zacht door de bomen.

“Maar de wijze mens vindt een middenweg.”

Hij keek naar de stromende beek.

“Hij is dankbaar voor wat hij weet.

En tegelijkertijd nieuwsgierig naar wat hij nog niet begrijpt.”

De sterren verschenen boven hen.

En voor het eerst begreep de leerling:

dat zelfgenoegzaamheid niet ontstaat doordat een mens tevreden is… maar doordat hij ophoudt zich te verwonderen.

De zelfgenoegzame mens zegt:

“Ik weet het al.”

De wijze mens zegt:

“Misschien valt er nog iets te ontdekken.”

Want groei eindigt niet wanneer een mens veel weet.

Groei eindigt wanneer hij denkt dat er niets meer te leren valt.

En juist daar begint vaak de grootste blindheid.