Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van Wijzen

Terug naar het overzicht

In de oude wereld geloofden mensen dat hun problemen meestal werden veroorzaakt door andere mensen.

Dus wezen zij:

naar hun buren, naar hun collega’s, naar hun leiders, naar hun partners en naar vreemden.

Voor iedere fout vonden zij een schuldige.

Maar zelden zichzelf.

Toen vroeg een leerling aan de meester:

“Waarom wijzen mensen zo gemakkelijk naar anderen?”

De meester stak zijn hand op en wees met één vinger naar de leerling.

“Wat zie je?” vroeg hij.

“U wijst naar mij,” antwoordde de leerling.

De meester glimlachte zacht.

“En wat zie je nog meer?”

De leerling keek beter.

Toen zag hij dat drie vingers naar de meester zelf wezen.

De leerling werd stil.

Daarna liepen zij door een grote stad.

De leerling zag mensen:

klagen over oneerlijkheid terwijl zij zelf niet eerlijk waren, oordelen over arrogantie terwijl zij zelf neerbuigend spraken, en boos worden over het gedrag van anderen zonder hun eigen gedrag te onderzoeken. Iedereen wees.

Bijna niemand keek.

“Waarom is het zo moeilijk om naar jezelf te kijken?” vroeg hij.

De meester keek naar een spiegel.

“Omdat het ego liever fouten ontdekt in de wereld…” Hij streek zacht over het glas.

“…dan in zichzelf.”

De wind streek door de straat.

“Maar meester… zijn andere mensen dan nooit de oorzaak?”

De meester schudde rustig zijn hoofd.

“Soms wel.”

Hij keek naar de leerling.

“Maar zelfs dan blijft de belangrijkste vraag:

Wat kan ik hiervan leren?”

De leerling dacht lang na.

Ze kwamen bij een man die voortdurend klaagde over leugens.

Maar de man loog zelf regelmatig.

Ze kwamen bij een vrouw die voortdurend sprak over respect.

Maar zij luisterde nooit naar anderen.

“Waarom zien zij dat niet?” vroeg de leerling.

De meester wees naar een stoffige spiegel.

“Een spiegel werkt alleen wanneer zij schoon genoeg is om werkelijk te kijken.”

De avondzon kleurde de hemel goud.

Toen sprak de meester:

“De onbewuste mens vraagt: ‘Wie heeft dit gedaan?’” Hij keek naar zijn hand.

“De bewuste mens vraagt:

‘Welke rol speel ik hierin?’” De wind bewoog zacht door de bomen.

“Want iedere keer wanneer een mens wijst…” Hij stak opnieuw zijn vinger uit.

“…wijst één vinger naar de ander.”

Daarna keek hij naar zijn hand.

“Maar drie vingers wijzen terug naar hemzelf.”

De leerling keek lang naar zijn eigen hand.

En voor het eerst begreep hij:

dat zelfkennis vaak begint op het moment dat een mens stopt met zoeken naar schuldigen.

De dwaas zoekt voortdurend naar fouten buiten zichzelf.

De wijze onderzoekt eerst wat er binnenin hem leeft.

Want wie alleen naar anderen wijst, leert weinig.

Maar wie ook naar zichzelf durft te kijken, ontdekt de bron van groei.