De Tao van Wijsheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat wijsheid betekende dat men overal een antwoord op had.
Dus spraken zij voortdurend:
over waarheid, over leven, over goed en kwaad alsof zij het geheel konden overzien.
Maar hoe harder zij spraken, hoe verder zij verwijderd raakten van stilte.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is ware wijsheid?”
De meester antwoordde niet.
Hij wees slechts naar een oude berg die al eeuwen zwijgend aanwezig was.
De leerling wachtte ongeduldig.
“Maar meester… zegt u dan niets?”
De meester glimlachte zacht.
“Wijsheid heeft geen haast om zichzelf te bewijzen.”
Daarna liepen zij door een drukke stad.
De leerling zag mensen:
discussiëren, oordelen, corrigeren en elkaar bestrijden om gelijk.
Iedereen wilde gehoord worden.
Bijna niemand wilde begrijpen.
“Waarom brengt zoveel intelligentie zo weinig vrede?” vroeg hij.
De meester keek naar een oude vrouw die stil brood deelde met een vreemdeling.
“Omdat wijsheid niet zichtbaar wordt in wat een mens zegt…” Hij wees naar haar rustige ogen.
“…maar in hoe hij leeft.”
De leerling werd stil.
“En hoe herkent een mens ware wijsheid?”
De meester keek naar een rivier die moeiteloos om stenen heen stroomde.
“De wijze mens weet veel,” zei hij zacht.
“Maar hij begrijpt ook hoeveel groter het leven is dan zijn eigen begrip.”
De wind streek zacht over het water.
Toen sprak de meester:
“Intelligentie verzamelt kennis.
Het ego verzamelt gelijk.
Maar wijsheid verzamelt stilte.”
De leerling keek zwijgend naar de stromende rivier.
En voor het eerst begreep hij:
dat ware wijsheid niet ontstaat wanneer een mens zichzelf groter maakt… maar wanneer hij leert leven in harmonie met waarheid, liefde en het mysterie.