De Tao van Vreugde
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat vreugde iets was wat verdiend moest worden.
Dus zeiden zij tegen zichzelf:
“Wanneer ik succesvol ben, zal ik vreugde ervaren.”
“Wanneer ik genoeg bezit heb, zal ik vreugde ervaren.”
“Wanneer alles op zijn plaats valt, zal ik vreugde ervaren.”
Maar hoe meer zij achter vreugde aanliepen, hoe verder zij haar leken weg te jagen.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is vreugde werkelijk?”
De meester nam hem mee naar een groep kinderen die speelden in een veld.
Zij bezaten weinig.
Zij bereikten niets bijzonders.
Toch lachten zij alsof de wereld hen alles had gegeven.
“Waarom zijn zij zo gelukkig?” vroeg de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“Omdat zij nog niet vergeten zijn hoe het is om aanwezig te zijn.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
haasten naar de toekomst, piekeren over het verleden, en voortdurend verlangen naar iets wat nog niet bestond.
Iedereen zocht geluk.
Bijna niemand leek vreugde te ervaren.
“Waarom missen mensen zoveel moois?” vroeg hij.
De meester keek naar een man die haastig langs een bloeiende tuin liep.
“Omdat hij zo druk bezig is met wat hij straks wil hebben…” Hij wees naar de bloemen.
“…dat hij niet ziet wat er nu al aanwezig is.”
De wind streek zacht door de straat.
“Maar meester… waar komt vreugde vandaan?”
De meester keek lang naar de horizon.
“Vreugde ontstaat vaak wanneer een mens even ophoudt met vechten tegen het leven.”
De leerling dacht lang na.
“Dus vreugde komt niet van buitenaf?”
De meester glimlachte zacht.
“Soms wel.
Maar de diepste vreugde ontstaat vanbinnen.”
Hij wees naar een muzikant die speelde zonder publiek.
Naar een kunstenaar die creëerde zonder applaus.
Naar een oude vrouw die glimlachte terwijl zij brood deelde.
“Zie je?”
De leerling knikte langzaam.
“Hun vreugde hangt niet af van wat zij ontvangen…” “Maar van wat door hen heen stroomt,” antwoordde de meester.
De avondzon kleurde de hemel goud.
Toen sprak de meester:
“De onbewuste mens denkt: ‘Wanneer ik krijg wat ik wil, zal ik gelukkig zijn.’” Hij keek naar de spelende kinderen.
“Maar de bewuste mens ontdekt dat vreugde vaak verschijnt wanneer hij volledig aanwezig is in wat al is.”
De wind bewoog zacht door het veld.
En voor het eerst begreep de leerling:
dat vreugde geen bestemming is aan het einde van de weg… maar een metgezel die verschijnt wanneer een mens ophoudt haar te achtervolgen.
Vreugde groeit niet uit wat een mens bezit.
Vreugde groeit uit verwondering, aanwezigheidnen dankbaarheidbvoor het wonder dat leven heet.