De Tao van Verwaandheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat verwaandheid hetzelfde was als zelfvertrouwen.
Dus maakten zij zichzelf:
groter in woorden, belangrijker in houding, en indrukwekkender in uiterlijk dan zij werkelijk waren.
Maar hoe hoger zij zichzelf verhieven, hoe verder zij verwijderd raakten van eenvoud.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is verwaandheid werkelijk?”
De meester nam hem mee naar een pauw in een paleistuin.
De vogel spreidde trots zijn veren zodra iemand keek.
Maar terwijl hij zichzelf bewonderde, zag hij niet dat hij nauwelijks nog kon vliegen.
“Waarom toont hij zichzelf zo nadrukkelijk?” vroeg de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“Omdat wat vanbinnen onzeker is, vaak vanbuiten groter probeert te lijken.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
opscheppen over bezit, pronken met kennis, en voortdurend proberen belangrijk gevonden te worden.
Iedereen wilde bijzonder lijken.
Bijna niemand leek werkelijk vrij.
“Waarom zoeken mensen zoveel bewondering?” vroeg hij.
De meester keek naar een spiegelwinkel vol weerspiegelingen zonder diepte.
“Omdat verwaandheid leeft van de ogen van anderen.”
De wind streek zacht door de straat.
“Maar meester… is het verkeerd om trots te zijn op wat je kunt?”
De meester schudde rustig zijn hoofd.
“Waardering voor talent is natuurlijk.”
Hij wees naar een vruchtboom die zwaar hing van rijpe vruchten.
“Maar de boom schreeuwt niet hoe bijzonder hij is.”
De leerling dacht lang na.
“Dus wat is het verschil tussen zelfvertrouwen en verwaandheid?”
De meester keek naar de rustige boom.
“Zelfvertrouwen heeft geen behoefte om voortdurend gezien te worden.”
Hij glimlachte zacht.
“Verwaandheid wel.”
De stad bleef rumoerig om hen heen.
Toen sprak de meester:
“De verwaande mens probeert bewondering te verzamelen om innerlijke leegte te verbergen.”
Hij keek naar de stille tuin waar de boom eenvoudig bleef staan.
“Maar de bewuste mens begrijpt dat ware waarde vanzelf zichtbaar wordt zonder zichzelf voortdurend te etaleren.”
De leerling keek zwijgend naar de pauw die opnieuw zijn veren spreidde.
En voor het eerst begreep hij:
dat verwaandheid niet ontstaat uit ware grootsheid… maar vaak uit angst om zonder bewondering niet genoeg te zijn.