De Tao van Triguna
Terug naar het overzichtIn de oude wereld vroeg een leerling aan de meester:
"Meester, waarom gedragen mensen zich zo verschillend?" De meester glimlachte.
"Verschillend van wie?" "Van elkaar." "De één zoekt rust." "De ander zoekt succes." "De één wil slapen." "De ander wil de wereld veroveren." "En sommigen lijken moeiteloos in balans." De meester knikte.
"Kom mee." Ze liepen naar een rivier.
Aan de oever lagen drie boten.
De eerste boot lag stil in het riet.
De tweede schoot onrustig heen en weer op de golven.
De derde dreef rustig met de stroom mee.
"Wat zie je?" vroeg de meester.
"Drie boten." "Nee." De meester glimlachte.
"Je ziet drie krachten." Ze gingen zitten.
De meester wees naar de eerste boot.
Deze lag vast in de modder.
De eigenaar lag te slapen.
Werk bleef liggen.
Kansen gingen voorbij.
Niets leek te bewegen.
"Dit is tamas." De leerling luisterde aandachtig.
"Onwetendheid." "Zwaarte." "Passiviteit." "Verwarring." De wind streek door het riet.
"Wanneer tamas overheerst, verliest de mens zijn richting." Daarna wees de meester naar de tweede boot.
De eigenaar roeide fanatiek.
Hij keek voortdurend om zich heen.
Vergelijkend.
Concurrerend.
Altijd sneller.
Altijd verder.
Altijd meer.
"Dit is rajas." zei de meester.
"Verlangen." "Ambitie." "Prestatie." "Onrust." De boot ging snel.
Maar de eigenaar leek nergens aan te komen.
Tenslotte wees hij naar de derde boot.
De eigenaar zat rechtop.
Wakker.
Aandachtig.
Hij roeide wanneer het nodig was.
Rustte wanneer het tijd was.
En hield voortdurend zicht op zijn bestemming.
"Dit is sattva." De leerling voelde onmiddellijk het verschil.
"Helderheid." "Balans." "Wijsheid." "Bewustzijn." Ze bleven lang naar de rivier kijken.
Toen vroeg de leerling:
"Zijn sommige mensen sattvisch en andere tamassisch?" De meester schudde zijn hoofd. "Nee." Hij pakte drie glazen.
In het eerste deed hij modderig water.
In het tweede bruisend water.
In het derde helder bronwater.
"Wat zie je?" vroeg hij.
"Drie soorten water." "Nee." De meester glimlachte.
"Hetzelfde water.
Drie toestanden." Plotseling begon de leerling iets te begrijpen.
De meester vervolgde:
"Niemand is uitsluitend tamas." "Niemand is uitsluitend rajas." "Niemand is uitsluitend sattva." De zon brak door de wolken.
"Deze drie bewegen voortdurend door ieder mens." De leerling dacht aan zijn eigen leven.
Aan dagen waarop hij niets kon opbrengen.
Tamas.
Aan dagen waarop zijn hoofd vol plannen zat.
Rajas.
Aan momenten van diepe helderheid.
Sattva.
"Waarom bestaan deze krachten?" vroeg hij.
De meester keek naar de rivier.
"Omdat zij deel uitmaken van de natuur." "Zoals water vloeibaar is." "Zoals vuur warm is." "Zo beweegt de menselijke geest tussen de guna's." Ze liepen verder.
Onderweg kwamen zij een man tegen die voortdurend sliep.
Tamas.
Even later een zakenman die nooit stil kon zitten.
Rajas.
Daarna een oude vrouw die aandachtig luisterde en sprak wanneer het nodig was.
Sattva.
De leerling begon de guna's overal te zien.
In gezinnen.
In bedrijven.
In politiek.
In religie.
Zelfs in zichzelf.
De zon begon langzaam onder te gaan.
Toen sprak de meester:
"De meeste mensen proberen de wereld te veranderen." Hij keek naar de horizon.
"De wijze leert eerst herkennen welke guna hem op dat moment bestuurt." "Waarom?" vroeg de leerling.
"Omdat je pas vrij wordt wanneer je ziet wat je beïnvloedt." De wind werd zachter.
"De slapende mens denkt dat tamas zijn identiteit is." "De rusteloze mens denkt dat rajas zijn identiteit is." "De harmonieuze mens denkt dat sattva zijn identiteit is." De meester glimlachte.
"Maar de waarnemer van de guna's is groter dan alle drie." Plotseling werd het stil in de leerling.
Hij keek naar de rivier.
De boten.
Het water.
De lucht.
En voor het eerst zag hij dat hij niet zijn luiheid was.
Niet zijn ambitie.
Niet eens zijn wijsheid.
Hij was degene die ze kon waarnemen.
De eerste sterren verschenen.
De meester stond op.
"Onthoud dit." "Wie tamas niet herkent, wordt erdoor beheerst." "Wie rajas niet herkent, wordt erdoor voortgedreven." "Wie sattva niet herkent, kan eraan gehecht raken." Hij wees naar de hemel.
"Maar wie alle drie leert waarnemen, zet de eerste stap naar vrijheid." De leerling keek omhoog.
En hij begreep:
dat de guna's geen vijanden waren. Geen zonden. Geen fouten.
Maar krachten van de natuur.
En dat wijsheid niet begint met het bestrijden ervan.
Maar met het herkennen ervan.
Tamas maakt zwaar.
Rajas maakt onrustig.
Sattva maakt helder.
Maar geen van drieën is wie jij bent.
Daarom observeert de wijze de bewegingen van de geest zoals hij de wolken aan de hemel observeert.
Want wolken komen en gaan.
De hemel blijft.
En zo komen en gaan de guna's.
Maar het bewustzijn dat ze waarneemt, blijft altijd aanwezig.