De Tao van Schijnheiligheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat het belangrijker was om goed te lijken dan goed te zijn.
Dus leerden zij:
de juiste woorden spreken, de juiste meningen uiten, de juiste beelden tonen en de juiste indruk wekken.
Maar achter de mooie buitenkant bleef de binnenwereld vaak onveranderd.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is schijnheiligheid?”
De meester nam hem mee naar een oude boom.
Van een afstand leek de boom gezond.
Zijn bladeren waren groen.
Zijn stam indrukwekkend.
Maar toen zij dichterbij kwamen, zagen zij dat de boom vanbinnen rot was.
“Waarom viel mij dat eerst niet op?” vroeg de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“Omdat schijn vaak zichtbaar is aan de buitenkant…” Hij legde zijn hand op de stam.
“…maar waarheid leeft vanbinnen.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
spreken over eerlijkheid maar zelf bedriegen, spreken over nederigheid maar voortdurend aandacht zoeken, spreken over liefde maar handelen uit eigenbelang, en spreken over waarheid maar alleen wanneer die hen goed uitkwam.
Iedereen leek deugdzaam.
Weinigen onderzochten zichzelf.
“Waarom zijn mensen schijnheilig?” vroeg hij.
De meester keek naar een acteur op een podium.
“Omdat het gemakkelijker is een rol te spelen…” Hij keek naar de applaudisserende menigte.
“…dan werkelijk te veranderen.”
De wind streek zacht door de straat.
“Maar meester… is iedereen dan schijnheilig?”
De meester schudde rustig zijn hoofd.
“Nee.”
Hij keek naar een kind dat zonder masker sprak wat het voelde.
“Maar vrijwel ieder mens ontdekt vroeg of laat een verschil tussen wie hij denkt te zijn…” Hij keek naar de leerling.
“…en hoe hij werkelijk handelt.”
De leerling dacht lang na.
“Dus schijnheiligheid begint bij dat verschil?”
De meester knikte langzaam.
“Wanneer woorden en daden uit elkaar groeien.”
Ze kwamen bij een spiegel.
De meester hield deze omhoog.
“De meeste mensen gebruiken spiegels om hun uiterlijk te controleren.”
Hij glimlachte zacht.
“De wijze gebruikt spiegels om zijn innerlijk te onderzoeken.”
De avond viel langzaam.
Toen sprak de meester:
“De schijnheilige mens probeert vooral anderen te overtuigen van zijn goedheid.”
Hij keek naar de spiegel.
“Maar de bewuste mens probeert vooral eerlijk te zijn tegenover zichzelf.”
De wind bewoog zacht door de nacht.
“Want niemand wordt wijs door perfect te lijken.”
Hij keek rustig naar de leerling.
“Wijsheid begint wanneer een mens de moed vindt om zijn eigen tegenstrijdigheden te zien.”
De leerling keek zwijgend naar zijn spiegelbeeld.
En voor het eerst begreep hij:
dat schijnheiligheid niet ontstaat omdat mensen fouten maken… maar omdat zij liever een beeld beschermen dan de waarheid onder ogen zien.
De schijnheilige poetst voortdurend zijn masker.
De wijze onderzoekt zijn gezicht.
Want waarheid vraagt geen perfectie.
Alleen eerlijkheid.
En wie eerlijk durft te kijken, hoeft uiteindelijk niets meer te verbergen.