De Tao van Saamhorigheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat zij los van elkaar bestonden.
Dus bouwden zij:
muren, groepen, identiteiten en grenzen om zichzelf te beschermen.
Maar hoe meer zij zich afscheidden, hoe eenzamer zij zich voelden.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Waarom verlangen mensen zo naar verbondenheid maar raken zij elkaar toch steeds kwijt?”
De meester nam hem mee naar een bos.
Daar zag de leerling:
bomen van verschillende vormen, groottes en leeftijden.
Toch leefden zij samen vanuit dezelfde aarde.
“Welke boom is het belangrijkst?” vroeg de meester.
De leerling keek om zich heen maar vond geen antwoord.
De meester glimlachte zacht.
“Precies daarom blijft het bos in leven.”
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
discussiëren, oordelen, concurreren en elkaar bestrijden om verschillen.
Iedereen wilde gezien worden.
Bijna niemand wilde werkelijk verbinden.
“Waarom is de wereld zo verdeeld?” vroeg hij.
De meester keek naar een groep kinderen die samen speelden zonder zich af te vragen wie belangrijker was.
“Omdat het ego voortdurend zegt:
‘Ik eerst.’ Maar bewustzijn vraagt: ‘Hoe leven we samen?’” De leerling werd stil.
“En wat is ware saamhorigheid?”
De meester wees naar een vuur waar mensen hout op legden.
“Wanneer iedereen alleen warmte probeert te nemen, dooft het vuur langzaam.”
Hij keek naar de vlammen die groter werden door iedere bijdrage.
“Maar wanneer ieder mens iets brengt, ontstaat vanzelf genoeg voor iedereen.”
De wind bewoog zacht door de nacht.
Toen sprak de meester:
“Saamhorigheid ontstaat niet wanneer mensen hetzelfde worden…” Hij keek rustig naar het vuur tussen hen in. “…maar wanneer zij begrijpen dat niemand werkelijk bloeit los van het geheel.”