De Tao van Openheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat zekerheid het hoogste goed was.
Dus bouwden zij muren.
Muren van overtuigingen.
Muren van meningen.
Muren van vooroordelen.
Muren van angst.
En achter die muren voelden zij zich veilig.
Maar hoe hoger de muren werden, hoe minder zij nog konden zien.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is openheid?”
De meester nam hem mee naar een open veld.
De wind bewoog vrij door het gras.
De zon scheen ongehinderd.
De regen kon de aarde bereiken.
Alles was in verbinding.
“Waarom groeit hier zoveel?” vroeg de meester.
“Omdat alles open is,” antwoordde de leerling.
De meester glimlachte zacht.
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij naar een oude vesting.
De muren waren hoog.
De poorten zwaar.
Binnen was alles beschermd.
Maar ook afgesloten.
De lucht voelde stil.
Het leven leek er minder levendig.
“Zie je het verschil?” vroeg de meester.
De leerling knikte.
De wind streek zacht langs de stenen.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
die niet luisterden omdat zij hun mening al hadden gevormd, die niet leerden omdat zij dachten alles al te weten, die niet veranderden omdat zij bang waren voor het onbekende.
Iedereen verlangde naar groei.
Weinigen stonden ervoor open.
“Waarom is openheid zo moeilijk?” vroeg hij.
De meester keek naar een gesloten hand.
“Wat kan een gesloten hand ontvangen?”
“Bijna niets,” antwoordde de leerling.
“En wat kan een gesloten geest ontvangen?”
De leerling glimlachte.
Nu begon hij het te begrijpen.
De meester knikte.
“Openheid vraagt moed.”
“Waarom?”
“Omdat je moet erkennen dat je misschien niet alles weet.”
De leerling dacht lang na.
Ze kwamen bij een rivier.
De rivier ontving:
regen uit de bergen, water uit beekjes, en sneeuw van verre toppen.
Daardoor groeide zij.
Daardoor bleef zij stromen.
“Zie je?” vroeg de meester.
“Alles wat leeft, ontvangt voortdurend iets nieuws.”
De avond viel langzaam.
Toen sprak de meester:
“De gesloten mens zoekt bevestiging.”
Hij keek naar de sterren.
“De open mens zoekt begrip.”
De wind bewoog zacht door de nacht.
“De gesloten mens verdedigt zijn gelijk.”
Hij keek naar de rivier.
“De open mens onderzoekt de waarheid.”
De sterren verschenen boven hen.
“Want openheid betekent niet dat je alles gelooft.”
De meester glimlachte zacht.
“Openheid betekent dat je bereid bent te kijken, te luisteren, te leren en opnieuw te zien.”
De leerling keek naar de open hemel.
En voor het eerst begreep hij:
dat groei niet ontstaat doordat een mens zichzelf beschermt tegen alles wat nieuw is… maar doordat hij de moed vindt om de deur open te laten.
De gesloten geest vindt zekerheid.
De open geest vindt mogelijkheden.
Want wat gesloten is, blijft zoals het is.
Maar wat open blijft, kan groeien.
Daarom bewaart de wijze niet alleen zijn overtuigingen, maar vooral zijn openheid.