De Tao van Onwetendheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat onwetendheid betekende dat iemand weinig wist.
Maar de meester lachte wanneer hij dat hoorde.
Op een dag vroeg een leerling:
“Wat is echte onwetendheid?”
De meester nam hem mee naar een drukke markt.
Daar zag de leerling mensen die luid spraken over:
waarheid, moraal, politiek, liefde en God.
Iedereen wist zeker dat hij gelijk had.
Niemand luisterde.
De leerling keek verbaasd.
“Maar meester… deze mensen weten toch veel?”
De meester glimlachte zacht.
“Kennis is niet hetzelfde als bewustzijn.”
Daarna wees hij naar een man die voortdurend naar anderen wees maar nooit naar zichzelf keek.
“Onwetendheid,” zei de meester, “begint wanneer een mens denkt dat hij niets meer hoeft te leren.”
De leerling werd stil.
“Dus onwetendheid is niet het ontbreken van informatie?”
De meester schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Hij pakte een spiegel en hield die voor de leerling.
“De diepste onwetendheid ontstaat wanneer een mens zijn eigen ego niet meer herkent.”
De wind blies stof door de straat terwijl de markt bleef schreeuwen.
Toen sprak de meester zacht:
“De wijze mens zegt: ‘Misschien zie ik nog niet alles.’ De onwetende mens zegt: ‘Ik zie alles al.’” Daarna liepen zij zwijgend verder.
Want wie werkelijk begint te ontwaken, ontdekt eerst hoeveel hij nog niet begrijpt.