De Tao van Ontevredenheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld verlangden mensen naar gemak, overvloed en directe toegang.
En langzaam werd hun wens werkelijkheid.
Met één aanraking verschenen:
voedsel, kennis, vermaak, contact en eindeloze mogelijkheden op kleine schermen in hun handen.
Nog nooit had de mens zoveel tot zijn beschikking gehad.
Maar vreemd genoeg werd hij niet rustiger.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Waarom lijken mensen ontevredener dan ooit terwijl zij juist alles hebben?”
De meester nam hem mee naar een rivier die voortdurend overstroomde.
Het water bleef maar komen.
Meer.
Nog meer.
Zonder einde.
Maar de aarde kon het niet meer opnemen.
“Wat gebeurt er wanneer iets voortdurend gevuld wordt?” vroeg de meester.
“Dan raakt het verzadigd,” antwoordde de leerling.
De meester knikte langzaam.
“En toch blijft de mens zichzelf onafgebroken voeden:
met beelden, verlangens, vergelijkingen en prikkels.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
boos worden wanneer iets enkele minuten duurde, ongeduldig raken bij kleine vertragingen, en voortdurend verlangen naar: meer snelheid, meer bezit, meer aandacht en meer bevestiging.
Genoeg leek te weinig geworden.
En teveel bleek nooit genoeg.
“Waarom maakt overvloed mensen niet tevreden?” vroeg hij.
De meester keek naar iemand die bleef drinken uit zout water.
“Omdat onverzadigbaar verlangen de dorst juist vergroot.”
De wind streek zacht door de straat.
“Maar meester… waarom waarderen mensen niet hoeveel gemak er al is?”
De meester keek naar de lichtgevende schermen om hen heen.
“Omdat voortdurende prikkeling het bewustzijn onrustig maakt.”
Hij wees naar de eindeloze stroom beelden en verlangens.
“Wanneer een mens voortdurend wordt herinnerd aan wat hij nog niet heeft…” De meester keek rustig naar de leerling.
“…verliest hij langzaam het vermogen om dankbaar te zijn voor wat al aanwezig is.”
De leerling dacht lang na.
“Dus internet heeft niet alleen kennis gebracht…” De meester glimlachte zacht.
“Het heeft ook:
vergelijking versneld, ongeduld gevoed en verlangens vermenigvuldigd.”
De stad bleef onrustig bewegen.
“De mens heeft geleerd hoe hij alles sneller kan krijgen…” Hij keek naar de open hemel boven de chaos.
“…maar nauwelijks nog hoe hij innerlijk tot rust kan komen.”
De wind bewoog zacht door de nacht.
Toen sprak de meester:
“De onbewuste mens leeft voortdurend in tekortdenken.”
Hij keek naar een klein kind dat gelukkig speelde met bijna niets.
“Maar de bewuste mens ontdekt dat tevredenheid niet ontstaat wanneer alle verlangens verdwijnen…” De sterren verschenen langzaam boven de stad.
“…maar wanneer het hart opnieuw leert zien hoeveel er eigenlijk al is.”
De leerling keek zwijgend naar de wereld om hem heen.
En voor het eerst begreep hij:
dat de grootste armoede van deze tijd niet een gebrek aan bezit is… maar een bewustzijn dat nooit meer werkelijk tevreden kan zijn.