Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van Ongeloof in Bijgeloof

Terug naar het overzicht

In de oude wereld geloofden mensen van alles.

Sommigen geloofden in geluk.

Anderen in ongeluk.

Sommigen geloofden in voortekenen, tekens aan de hemel, magische getallen of verborgen krachten.

En anderen geloofden nergens meer in.

Zij lachten om alles wat niet direct bewezen kon worden.

Toen vroeg een leerling aan de meester:

“Wat is wijzer: bijgeloof of ongeloof in bijgeloof?”

De meester glimlachte zacht.

“Kom mee.”

Hij nam de leerling mee naar een dorp.

Daar zagen zij een man die niet onder een ladder wilde lopen.

“Waarom niet?” vroeg de leerling.

“Dat brengt ongeluk,” zei de man.

De meester glimlachte.

Zij liepen verder.

Even later zagen zij een andere man.

Deze lachte om de eerste.

“Wat een dwaas,” zei hij.

“Alleen idioten geloven zulke dingen.”

“En geloof jij nergens in?” vroeg de meester.

“Nee,” antwoordde de man trots.

“Alleen in wat ik zeker weet.”

De meester zei niets.

De leerling werd stil.

Daarna liepen zij verder.

Ze kwamen bij een oude tuinier.

De man werkte rustig in zijn tuin.

“Gelooft u in geluk?” vroeg de leerling.

De tuinier glimlachte.

“Ik geloof in zaaien en oogsten.”

“En in ongeluk?”

“Ik geloof dat sommige dingen anders lopen dan ik had gehoopt.”

De leerling dacht lang na.

De wind streek zacht door de tuin.

“Maar meester… wie heeft er nu gelijk?”

De meester pakte een handvol zaden.

“De bijgelovige mens ziet overal verborgen oorzaken.”

Hij liet enkele zaden vallen.

“De scepticus ziet soms alleen wat meetbaar is.”

Hij keek naar de aarde.

“Maar beiden kunnen blind worden.”

De leerling luisterde aandachtig.

“Blind waarvoor?”

De meester glimlachte zacht.

“Voor de werkelijkheid.”

Ze gingen onder een boom zitten.

“Wanneer een mens gelooft dat een zwart katje zijn leven bepaalt…” Hij keek naar de leerling.

“…geeft hij zijn kracht weg aan fantasieën.”

De leerling knikte.

“Maar wanneer een mens denkt dat alles wat hij niet begrijpt onzin is…” De meester keek naar de sterrenhemel.

“…sluit hij zich af voor verwondering.”

De leerling werd stil.

De avond viel langzaam.

Toen sprak de meester:

“De bijgelovige mens gelooft te snel.”

Hij keek naar de open hemel.

“De cynische mens verwerpt te snel.”

De wind bewoog zacht door de bladeren.

“Maar de wijze mens blijft open.”

Hij keek rustig naar de leerling.

“Hij onderzoekt.

Hij ervaart.

Hij leert.

Hij kijkt.

En hij heeft de moed om te zeggen:

'Ik weet het nog niet.'” De sterren verschenen boven hen.

En voor het eerst begreep de leerling:

dat wijsheid niet ontstaat door alles te geloven... en ook niet door alles af te wijzen. Wijsheid ontstaat wanneer een mens open blijft voor de waarheid, ongeacht waar zij vandaan komt.

De bijgelovige ziet betekenis waar die soms niet bestaat.

De cynicus mist betekenis waar die soms wel bestaat.

Maar de wijze blijft ontvankelijk.

Want tussen blind geloof en blind ongeloof ligt het pad van onderzoek, ervaring en verwondering.