Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van Onbewuste Onbekwaamheid

Terug naar het overzicht

In de oude wereld vroeg een leerling aan de meester:

“Meester, wat is de grootste belemmering voor leren?”

De meester dacht even na.

“Niet onwetendheid.”

antwoordde hij.

“Niet?”

vroeg de leerling verbaasd.

“Nee.”

zei de meester.

“Wie weet dat hij iets niet weet, kan leren.”

De leerling knikte.

Dat klonk logisch.

“Wat is het dan wel?”

De meester glimlachte.

“Kom mee.”

Ze liepen naar een dorp waar een man bezig was een huis te bouwen.

De man werkte hard.

Hij was overtuigd van zijn kunnen.

Met grote zelfverzekerdheid sloeg hij spijkers scheef.

De muren stonden uit het lood.

De fundering verzakte langzaam.

Maar de man werkte onverstoorbaar verder.

“Waarom stopt niemand hem?”

vroeg de leerling.

De meester haalde zijn schouders op.

“Dat hebben ze geprobeerd.”

“En?”

“De man weet zeker dat hij gelijk heeft.”

Ze liepen verder.

Aan de rand van het dorp zat een jonge timmerman.

Zijn gereedschap lag naast hem.

Hij bestudeerde een tekening.

Mat opnieuw.

Controleerde nog eens.

Twijfelde.

Leerde.

Probeerde opnieuw.

“Wie is de betere vakman?”

vroeg de meester.

“De tweede.”

antwoordde de leerling.

“Waarom?”

“Omdat hij bereid is te leren.”

De meester knikte.

“Dat is het verschil.”

Ze gingen zitten onder een boom.

“Er zijn vier stadia van leren.”

zei de meester.

De leerling luisterde aandachtig.

“Het eerste stadium is onbewuste onbekwaamheid.”

“Wat betekent dat?”

“Dat je iets niet kunt.”

zei de meester.

“Maar niet weet dat je het niet kunt.”

De leerling dacht na.

“Zoals de man die een huis bouwt dat langzaam instort?”

“Precies.”

De meester vervolgde:

“Het gevaar van onbewuste onbekwaamheid is niet dat iemand fouten maakt.”

“Het gevaar is dat hij denkt dat hij geen fouten maakt.”

De wind speelde met de bladeren boven hen.

“Een blinde die weet dat hij blind is, loopt voorzichtig.”

zei de meester.

“Maar een blinde die denkt dat hij ziet, loopt vroeg of laat tegen een muur.”

De leerling moest lachen.

“Dat zie je overal.”

De meester glimlachte.

“Inderdaad.”

Ze liepen verder.

Onderweg kwamen zij mensen tegen die spraken over zaken die zij nauwelijks begrepen.

Politiek.

Gezondheid.

Technologie.

Geschiedenis.

Economie.

Iedereen sprak met grote zekerheid.

Bijna niemand stelde vragen.

De leerling keek verbaasd.

“Hoe kan iemand zo zeker zijn van iets dat hij nauwelijks begrijpt?”

De meester wees naar een berg in de verte.

“Van dichtbij zie je hoe groot een berg werkelijk is.”

“Van veraf lijkt hij klein.”

De leerling begon te begrijpen.

“Wie weinig weet, ziet vooral de oppervlakte.”

zei hij.

“Juist.”

antwoordde de meester.

“En wie alleen de oppervlakte ziet, onderschat vaak de diepte.”

Ze bereikten een rivier.

Een jonge vis zwom trots rond.

“Ik ken de hele oceaan.”

riep hij.

“Hoe groot is de oceaan dan?”

vroeg een oude schildpad.

De vis dacht even na.

“Ongeveer zo groot als deze rivier.”

De schildpad glimlachte.

“Dat dacht ik vroeger ook.”

De leerling lachte.

“Dat is eigenlijk best grappig.”

“En tragisch.”

antwoordde de meester.

De zon begon langzaam onder te gaan.

“Onbewuste onbekwaamheid is de moeder van veel problemen.”

zei hij.

“Waarom?”

“Omdat mensen die niet weten, nog kunnen leren.”

Hij keek naar de horizon.

“Maar mensen die niet weten dat ze niet weten, sluiten vaak de deur naar leren.”

De leerling werd stil.

Plotseling dacht hij niet meer aan de timmerman.

Niet aan de vis.

Niet aan de mensen in het dorp.

Hij dacht aan zichzelf.

Aan alle momenten waarop hij zeker was geweest.

En later ontdekte dat hij slechts een klein deel van het geheel had gezien.

De meester zag het in zijn ogen.

“Dat is het begin van wijsheid.”

zei hij zacht.

“Twijfelen?”

vroeg de leerling.

De meester glimlachte.

“Nee.”

“Nieuwsgierig blijven.”

En terwijl de avond over het landschap viel, begreep de leerling:

dat kennis waardevol is.

Maar dat het besef van de grenzen van je kennis misschien nog waardevoller is.

De onbewust onbekwame mens zegt:

“Ik weet het.”

De lerende mens zegt:

“Misschien begrijp ik het nog niet volledig.”

Daarom vreest de wijze niet zijn onwetendheid.

Hij vreest slechts het moment waarop hij ophoudt vragen te stellen.

Want de deur naar wijsheid opent niet door zekerheid.

Zij opent door nieuwsgierigheid.

Haribol Deze Tao raakt aan iets wat jij vaak benoemt: de clown die denkt alles te weten tegenover de leerling die blijft zoeken. Niet omdat de leerling minder weet, maar omdat hij begrijpt dat achter iedere berg weer een nieuwe berg verschijnt.

Misschien is dat wel de ware tegenhanger van onbewuste onbekwaamheid:

bewuste nieuwsgierigheid.