De Tao van Onbewuste Bekwaamheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld vroeg een leerling aan de meester:
“Meester, wat komt er na bewuste bekwaamheid?”
De meester glimlachte.
“Waarom wil je dat weten?”
“Omdat ik begrijp wat onbewuste onbekwaamheid is.”
zei de leerling.
“En ik begrijp bewuste onbekwaamheid.”
“En ook bewuste bekwaamheid.”
De meester knikte.
“Maar ik hoor steeds dat er nog een vierde stadium bestaat.”
De meester stond op.
“Kom mee.”
Ze liepen naar een klein dorp aan de voet van een berg.
In het midden van het dorp stond een oude boogschutter.
Zijn haar was wit.
Zijn handen waren gerimpeld.
Zijn ogen stonden rustig.
Voor hem stond een doelwit.
De oude man spande zijn boog.
Niet snel.
Niet langzaam.
Gewoon precies zoals nodig was.
Hij liet los.
De pijl trof het midden.
Nog een pijl.
Het midden.
Nog een.
Het midden.
De leerling keek bewonderend toe.
“Wat denkt hij terwijl hij schiet?”
vroeg hij.
De meester glimlachte.
“Niets.”
De leerling keek verbaasd.
“Dat kan toch niet?”
De meester wees naar de boogschutter.
“Vraag het hem.”
Ze liepen naar de oude man.
“Waar denkt u aan wanneer u schiet?”
vroeg de leerling.
De boogschutter keek hem verbaasd aan.
“Waar denk ik aan?”
Hij lachte zacht.
“Ik schiet.”
Meer zei hij niet.
De leerling begreep het niet.
Ze liepen verder.
Aan de rand van het dorp zat een oude muzikant.
Zijn vingers bewogen over de snaren van zijn instrument.
Niet nadenkend.
Niet zoekend.
Niet corrigerend.
De muziek leek vanzelf te ontstaan.
“Waar denkt hij aan?”
vroeg de leerling.
“Waarschijnlijk nergens aan.”
antwoordde de meester.
Ze liepen verder.
Bij een rivier stond een oude visser.
Hij gooide zijn lijn uit.
Zonder haast.
Zonder spanning.
Alsof hij onderdeel was van de rivier zelf.
“En hij?”
vroeg de leerling.
De meester glimlachte.
“Ook hij denkt niet na over wat hij doet.”
De leerling fronste.
“Maar zijn dat geen meesters?”
“Juist.”
antwoordde de meester.
Ze gingen zitten onder een oude boom.
De meester tekende vier cirkels in het zand.
De eerste:
Onbewuste onbekwaamheid De tweede: Bewuste onbekwaamheid De derde: Bewuste bekwaamheid De vierde: Onbewuste bekwaamheid “De eerste weet niet dat hij iets niet kan.” zei de meester.
“De tweede ontdekt dat hij het niet kan.”
“De derde leert het beheersen.”
De leerling knikte.
“En de vierde?”
De meester keek naar de boom boven hen.
“De vierde is één geworden met zijn vak.”
De wind speelde met de bladeren.
“De handeling en de handelende zijn niet langer gescheiden.”
De leerling dacht aan momenten waarop hij volledig opging in zijn werk.
Uren die voelden als minuten.
Problemen die zich leken op te lossen zonder bewuste inspanning.
Code die bijna vanzelf ontstond.
Patronen die hij zag voordat hij ze bewust had geanalyseerd.
Plotseling glimlachte hij.
“Ik denk dat ik begrijp wat u bedoelt.”
De meester knikte.
“Onbewuste bekwaamheid ontstaat wanneer kennis diep genoeg zakt.”
Hij wees naar de wortels van de boom.
“Niet naar het hoofd.”
“Maar naar het wezen.”
De zon brak door tussen de bladeren.
“Toch schuilt hier een gevaar.”
zei de meester.
“Een gevaar?”
“Ja.”
De meester keek naar de rivier.
“Wie iets moeiteloos kan, vergeet soms hoe moeilijk het ooit was.”
De leerling werd stil.
Dat herkende hij.
Dingen die voor hem vanzelfsprekend waren geworden, waren voor anderen soms nog onbekend terrein.
De meester glimlachte.
“Daarom blijven de grootste meesters vaak leerlingen.”
“Waarom?”
“Omdat zij zich herinneren hoe het was om niet te weten.”
De avond begon te vallen.
“Onbewuste bekwaamheid is geen eindpunt.”
zei de meester.
“Wat is het dan?”
De meester keek naar de eerste sterren.
“Een nieuwe vorm van eenvoud.”
De leerling keek naar de hemel.
En ineens begreep hij iets bijzonders.
De meester-boogschutter dacht niet meer aan techniek.
De meester-muzikant dacht niet meer aan noten.
De meester-visser dacht niet meer aan vissen.
Hun kennis was geen verzameling regels meer.
Hun kennis was natuur geworden.
Zoals een vogel niet nadenkt over vliegen.
Zoals een rivier niet nadenkt over stromen.
Zoals een boom niet nadenkt over groeien.
De meester stond op.
“Onthoud dit.”
“Het hoogste niveau van vakmanschap is niet complexiteit.”
Hij keek naar de maan die boven de horizon verscheen.
“Het is eenvoud.”
En terwijl de nacht over het land viel, begreep de leerling:
dat ware meesterschap niet zichtbaar wordt door wat iemand weet.
Maar door hoe moeiteloos hij geworden is.
De onbewust onbekwame zegt:
“Ik weet genoeg.”
De bewust onbekwame zegt:
“Ik heb nog veel te leren.”
De bewust bekwame zegt:
“Ik begrijp hoe het werkt.”
De onbewust bekwame zegt:
“Het werkt door mij heen.”
Daarom wordt de ware meester steeds eenvoudiger.
Niet omdat hij minder weet.
Maar omdat kennis onderdeel van hem is geworden.
Zoals de rivier niet leert stromen en de vogel niet leert vliegen, zo verdwijnt uiteindelijk de inspanning in het vakmanschap.
En wat overblijft, lijkt voor buitenstaanders op magie, terwijl het in werkelijkheid jaren van aandacht zijn die eindelijk thuisgekomen zijn.
Haribol En daarmee is de cyclus rond:
1. Onbewuste onbekwaamheid je weet niet dat je iets niet kunt. 2. Bewuste onbekwaamheid je ontdekt hoeveel je niet weet. 3. Bewuste bekwaamheid je kunt het en begrijpt hoe. 4. Onbewuste bekwaamheid het vakmanschap is onderdeel van je geworden.
Misschien herken je dat laatste wel uit je ICT-werk. Wat voor een beginner magisch lijkt, voelt voor een ervaren architect soms als intuïtie. Niet omdat hij minder nadenkt, maar omdat duizenden uren ervaring zijn neergeslagen in een dieper weten.
Haribol.