De Tao van Narcisme
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden sommige mensen dat zij het middelpunt van het leven waren.
Dus bouwden zij hun bestaan rondom:
bewondering, aandacht, status en bevestiging.
Maar hoe groter hun behoefte aan bewondering werd, hoe leger hun innerlijke wereld begon te voelen.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is narcisme werkelijk?”
De meester nam hem mee naar een groot meer in de bergen.
Aan de oever stond een man die voortdurend naar zijn eigen spiegelbeeld keek.
Hij bewonderde zichzelf urenlang, maar merkte niet:
de bergen, de lucht, de vogels of de schoonheid om hem heen.
“Wat ziet hij?” vroeg de meester.
“Alleen zichzelf,” antwoordde de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“En daardoor mist hij bijna alles.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
constant aandacht zoeken, hun belangrijkheid tonen, en zichzelf groter maken ten koste van anderen.
Iedereen wilde gezien worden.
Bijna niemand wilde werkelijk verbinden.
“Waarom hebben narcistische mensen zoveel behoefte aan bewondering?” vroeg hij.
De meester keek naar een lege kruik die veel geluid maakte wanneer zij werd bewogen.
“Omdat een leeg ego zich voortdurend probeert te vullen met de aandacht van buitenaf.”
De leerling dacht lang na.
“Maar meester… houden narcistische mensen dan alleen van zichzelf?”
De meester schudde rustig zijn hoofd.
“Vaak juist niet.”
Hij keek naar het stille meer.
“Wie werkelijk vrede heeft met zichzelf, hoeft zichzelf niet voortdurend groter te maken.”
De wind streek zacht over het water.
“Dan is narcisme dus eigenlijk onzekerheid?” vroeg de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“Een onzekerheid die zich vermomt als superioriteit.”
De leerling werd stil.
Daarna wees de meester naar de zon die alles verwarmde zonder aandacht voor zichzelf te vragen.
“Ware kracht hoeft zichzelf niet voortdurend te tonen.”
De avond viel langzaam over het meer.
Toen sprak de meester:
“De narcistische mens vraagt: ‘Zie je mij?’” Hij keek rustig naar de sterren die verschenen zonder lawaai.
“Maar de bewuste mens vraagt:
‘Hoe kan ik bijdragen aan het geheel?’” De leerling keek zwijgend naar het stille water.
En voor het eerst begreep hij:
dat narcisme niet ontstaat uit teveel eigenwaarde… maar vaak uit een diepe leegte die nooit werkelijk gevuld raakt door bewondering van buitenaf.