De Tao van Koppigheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld leefde een man die bekendstond om zijn vastberadenheid.
Wanneer hij een besluit nam, week hij er niet van af.
Wanneer hij een mening vormde, hield hij eraan vast.
Wanneer anderen hem waarschuwden, luisterde hij zelden.
Veel mensen bewonderden hem.
Zij noemden hem sterk.
Standvastig.
Onwankelbaar.
En soms was dat ook zo.
Maar niet altijd.
Op een dag vroeg een leerling aan de meester:
"Meester, wat is het verschil tussen standvastigheid en koppigheid?" De meester glimlachte. "Kom mee." Ze liepen naar een bergpad.
Onderweg kwamen zij een grote eik tegen.
De boom stond stevig in de grond.
Stormen hadden hem niet geveld.
Winters hadden hem niet gebroken.
De leerling keek bewonderend.
"Wat een sterke boom." De meester knikte.
"Dat is standvastigheid." Verderop lag een omgevallen boom.
Zijn stam was dikker.
Zijn wortels waren diep.
Maar tijdens een zware storm was hij gebroken.
De leerling keek verbaasd.
"Hoe kan dat?" De meester wees naar de takken.
"Deze boom kon niet meebewegen." De wind streek door het gras.
"Wat niet kan buigen, breekt vroeg of laat." De leerling dacht lang na.
"Maar meester, is het niet goed om ergens voor te staan?" "Zeker." "Waarom is koppigheid dan een probleem?" De meester pakte een stok en trok een lijn in het zand.
"Wanneer een mens trouw blijft aan de waarheid, is dat kracht." Daarna trok hij een cirkel om de lijn.
"Wanneer een mens trouw blijft aan zijn eigen gelijk, ook wanneer de waarheid verandert, is dat koppigheid." Ze liepen verder.
Onderweg ontmoetten zij een man die de weg kwijt was.
Drie reizigers wezen hem dezelfde richting.
Maar de man schudde zijn hoofd.
"Ik weet zeker dat ik goed zit." Een uur later liep hij nog steeds rondjes.
De leerling moest lachen.
"Waarom luistert hij niet?" De meester glimlachte.
"Omdat sommige mensen liever verdwalen dan toegeven dat zij verkeerd liepen." De zon begon langzaam te zakken.
Toen sprak de meester:
"Koppigheid vermomt zich vaak als kracht." De leerling luisterde aandachtig. "Zij zegt: 'Ik geef niet op.' Maar diep van binnen bedoelt zij soms: 'Ik wil geen ongelijk hebben.'" De wind werd zachter.
"Standvastigheid dient de waarheid." "Koppigheid dient het ego." Plotseling begreep de leerling iets.
Veel mensen waren niet trouw aan hun principes.
Zij waren trouw aan hun zelfbeeld.
Aan het idee dat zij gelijk hadden.
Aan het idee dat zij niet hoefden te veranderen.
De meester keek naar de horizon.
"De rivier bereikt de oceaan niet doordat zij sterker is dan de rots." "Hoe dan wel?" "Omdat zij bereid is om haar weg telkens opnieuw te vinden." De leerling keek naar het stromende water.
En voor het eerst begreep hij:
dat wijsheid niet bestaat uit nooit van richting veranderen... maar uit weten wanneer het tijd is om dat wel te doen.
De koppige mens vraagt:
"Hoe houd ik vast?" De wijze mens vraagt: "Waar houd ik aan vast?" Want niet alles wat standhoudt is sterk.
En niet alles wat buigt is zwak.
Soms is het juist de boom die meebeweegt met de wind die de storm overleeft.