De Tao van Jaloezie
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat het geluk van de ander iets afnam van hun eigen geluk.
Dus keken zij voortdurend:
naar wat anderen bezaten, naar wat anderen bereikten, naar wie meer succes had, meer liefde ontving of meer bewondering kreeg.
En hoe langer zij keken, hoe minder zij zagen van hun eigen leven.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is jaloezie?”
De meester nam hem mee naar een boomgaard.
Daar groeiden:
appelbomen, perenbomen, kersenbomen en pruimenbomen.
Iedere boom droeg zijn eigen vruchten.
Geen enkele boom probeerde de vruchten van een andere boom te dragen.
“Zie je hier jaloezie?” vroeg de meester.
De leerling keek om zich heen.
“Nee.”
“Waarom niet?”
“Omdat iedere boom gewoon groeit volgens zijn eigen natuur.”
De meester glimlachte zacht.
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
zich vergelijken met vrienden, jaloers worden op collega's, en ongelukkig worden door het succes van anderen.
Iedereen keek naar wat een ander had.
Bijna niemand keek naar wat al in hemzelf aanwezig was.
“Waarom doet jaloezie zoveel pijn?” vroeg hij.
De meester keek naar een man die voortdurend in de tuin van zijn buurman keek.
Ondertussen lag zijn eigen tuin vol onkruid.
“Omdat jaloezie de aandacht wegtrekt van wat verzorgd moet worden.”
De wind streek zacht door de straat.
“Maar meester… is bewondering dan ook jaloezie?”
De meester schudde rustig zijn hoofd.
“Nee.”
Hij wees naar een kunstenaar die geraakt werd door het werk van een ander.
“Bewondering zegt:
‘Wat mooi dat dit bestaat.’” Daarna keek hij naar de jaloerse man. “Jaloezie zegt: ‘Waarom heeft hij het en ik niet?’” De leerling dacht lang na.
“Dus jaloezie ontstaat uit tekortdenken?”
De meester knikte langzaam.
“Het ego gelooft dat het leven een wedstrijd is.”
Hij keek naar de boomgaard.
“Alsof de bloei van de ene bloem de bloei van de andere verhindert.”
De avondzon kleurde de hemel goud.
Toen sprak de meester:
“De jaloerse mens kijkt voortdurend naar wat hem ontbreekt.”
Hij keek naar de vruchtdragende bomen.
“Maar de bewuste mens vraagt:
‘Welke gaven heb ik gekregen?’ ‘Wat wil er door mij heen groeien?’ ‘Welke vruchten kan ik dragen?’” De wind bewoog zacht door de takken.
“Want het leven heeft niet iedereen geroepen om dezelfde boom te worden.”
De sterren verschenen aan de hemel.
En voor het eerst begreep de leerling:
dat jaloezie niet ontstaat door de overvloed van de ander... maar door het vergeten van de overvloed die al in jezelf aanwezig is.
De jaloerse mens kijkt naar de vruchten van een ander.
De wijze verzorgt zijn eigen wortels.
Want wie voortdurend vergelijkt, mist zijn eigen bloei.
En wie zijn eigen natuur leert kennen, ontdekt dat er ruimte genoeg is voor ieders licht.