Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van het Wel en Niet

Terug naar het overzicht

In de oude wereld geloofden mensen dat geluk lag in het verkrijgen van wat er niet was.

Dus verlangden zij voortdurend naar:

meer geld, meer tijd, meer liefde, meer erkenning, meer zekerheid.

Hun blik was gericht op het Niet.

Op wat ontbrak.

Op wat nog moest komen.

Op wat zij nog niet hadden bereikt.

Maar terwijl zij zochten naar het Niet, zagen zij steeds minder van het Wel.

Toen vroeg een leerling aan de meester:

“Waarom lijken mensen zo vaak ongelukkig terwijl zij zoveel bezitten?”

De meester nam hem mee naar een grote schuur.

De schuur stond vol:

graan, gereedschap, hout en voedsel.

Toch liep de eigenaar er somber rond.

“Wat ontbreekt er?” vroeg de meester.

De leerling keek aandachtig.

“Ik zie niets wat ontbreekt.”

De meester glimlachte zacht.

“Dat ziet hij ook niet.”

De leerling werd stil.

Daarna liepen zij door een grote stad.

De leerling zag mensen:

klagen over wat zij misten, zich vergelijken met anderen, en voortdurend verlangen naar een volgende vervulling.

Iedereen keek naar het Niet.

Bijna niemand keek naar het Wel.

“Waarom doet de geest dat?” vroeg hij.

De meester keek naar de horizon.

“Omdat het ego leeft van verlangen.”

De wind streek zacht door de straat.

“Het zegt:

nog één stap, nog één bezit, nog één succes, nog één bevestiging.”

Hij keek rustig naar de leerling.

“Maar zodra het verkregen is, verplaatst het Niet zich naar iets anders.”

De leerling dacht lang na.

“Dus het Niet verdwijnt nooit?”

De meester glimlachte zacht.

“Niet zolang een mens denkt dat vervulling buiten zichzelf ligt.”

Ze kwamen bij een tuin.

Een oude vrouw plukte bloemen.

Niet omdat zij er meer nodig had.

Maar omdat zij genoot van wat er al groeide.

“Wat ziet zij?” vroeg de meester.

“Het Wel,” antwoordde de leerling.

De meester knikte.

“En daarom leeft zij in overvloed.”

De avondzon kleurde de lucht goud.

Toen sprak de meester:

“De onbewuste mens bouwt zijn leven rond wat ontbreekt.”

Hij keek naar de bloeiende tuin.

“Maar de bewuste mens begint bij wat aanwezig is.”

De wind bewoog zacht door de bloemen.

“En vanuit het Wel schept hij wat nog Niet is.”

De leerling keek zwijgend naar de tuin.

En voor het eerst begreep hij:

dat het Niet altijd zal bestaan.

Er zal altijd iets zijn dat nog niet bereikt, nog niet gemaakt of nog niet begrepen is.

Maar wie blind wordt voor het Wel, verliest de grond waarop alles kan groeien.

Het Niet wijst naar mogelijkheden.

Het Wel wijst naar overvloed.

De dwaas vergeet het Wel terwijl hij het Niet najaagt.

De wijze ziet eerst wat er is en bouwt van daaruit wat er nog niet is.