Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van het Leveren van een Bijdrage aan de Samenleving

Terug naar het overzicht

In de oude wereld vroeg een leerling aan de meester:

"Meester, wat is de zin van een mensenleven?" De meester glimlachte.

"Dat hangt ervan af aan wie je het vraagt." "En aan u?" De meester keek naar de horizon.

"Kom mee." Ze liepen naar een grote boom aan de rand van het dorp.

Onder zijn takken speelden kinderen.

Reizigers rustten uit in zijn schaduw.

Vogels bouwden nesten tussen zijn bladeren.

De boom zei niets.

Vroeg niets.

En toch gaf hij voortdurend.

"Wat krijgt deze boom hiervoor terug?" vroeg de leerling.

De meester keek naar de stam.

"Moet hij iets terugkrijgen?" De leerling wist geen antwoord.

Ze liepen verder.

Onderweg kwamen zij een bakker tegen.

Nog voordat de zon opkwam, was hij al aan het werk.

Even verderop zagen zij een boer.

Daarna een leraar.

Een verpleegkundige.

Een timmerman.

Een moeder die haar kind troostte.

Een oude man die zijn ervaring deelde met jongeren.

De leerling keek verwonderd om zich heen.

"Al deze mensen dragen iets bij." De meester knikte.

"En daardoor kan het dorp bestaan." Ze gingen zitten aan een rivier.

Het water stroomde rustig voorbij.

"Veel mensen vragen zich af wat zij van de samenleving krijgen." De meester pakte een steen op.

"Dat is een begrijpelijke vraag." Hij liet de steen in het water vallen.

"Maar er bestaat een diepere vraag." "Welke?" De leerling luisterde aandachtig.

"Wat breng jij naar de samenleving?" De wind streek over het water.

De meester vervolgde:

"Een mens hoeft geen koning te zijn." "Geen beroemdheid." "Geen miljonair." Hij wees naar de rivier.

"De rivier bereikt de oceaan druppel voor druppel." Ze liepen verder.

Onderweg kwamen zij een man tegen die voortdurend klaagde.

Over de overheid.

Over zijn buren.

Over de wereld.

Over hoe alles beter zou moeten zijn.

"Wat draagt hij bij?" vroeg de meester.

De leerling dacht na.

"Vooral woorden." De meester glimlachte.

Even later ontmoetten zij een vrouw.

Niemand kende haar naam buiten het dorp.

Maar zij hielp waar zij kon.

Luisterde wanneer iemand verdriet had.

Gaf advies wanneer iemand vastliep.

Plantte bomen waarvan zij wist dat zij nooit zelf in de schaduw zou zitten.

"En zij?" vroeg de meester.

De leerling glimlachte.

"Zij bouwt mee aan iets dat groter is dan zichzelf." De zon begon langzaam onder te gaan.

Toen sprak de meester:

"Veel mensen willen een betere wereld." De leerling knikte.

Dat hoorde hij vaak.

"Maar een betere wereld ontstaat niet uit wensen." De wind werd zachter.

"Zij ontstaat uit bijdragen." Plotseling begreep de leerling iets.

De samenleving was geen gebouw waar mensen naar binnen liepen.

De samenleving was iets dat iedere dag opnieuw werd gebouwd.

Door miljoenen kleine bijdragen.

Door mensen die hun verantwoordelijkheid namen.

Door mensen die iets toevoegden.

De eerste sterren verschenen.

De meester stond op.

"Onthoud dit." "Niet iedereen kan hetzelfde bijdragen." Hij wees naar de hemel.

"Maar iedereen kan iets bijdragen." De leerling keek omhoog.

Voor het eerst zag hij zichzelf niet alleen als ontvanger van het leven.

Maar ook als deelnemer.

Als bouwer.

Als medeschepper.

En hij begreep:

dat de waarde van een leven niet alleen wordt bepaald door wat iemand bereikt.

Maar ook door wat hij achterlaat voor anderen.

De mens vraagt vaak:

"Wat heeft de samenleving mij gegeven?" De wijze vraagt: "Wat heb ik aan de samenleving gegeven?" Want een gemeenschap groeit niet door wat haar leden nemen.

Zij groeit door wat haar leden bijdragen.

Zoals een boom schaduw geeft, een rivier water brengt en een bloem haar geur verspreidt, zo draagt ieder mens iets unieks bij aan het geheel.

En juist daarin ligt de ware rijkdom van een samenleving.

Haribol Deze Tao sluit prachtig aan bij De Tao van Halen en Brengen, maar legt de nadruk op verantwoordelijkheid. Niet als plicht, maar als een natuurlijk gevolg van het besef dat wij allemaal deel uitmaken van hetzelfde geheel. Zoals Krishna in de Gita beschrijft: het leven bloeit wanneer handelen niet alleen gericht is op persoonlijk gewin, maar ook op het welzijn van het geheel.