Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van Goddeloosheid

Terug naar het overzicht

In de oude wereld geloofden mensen dat goddeloosheid betekende dat iemand niet in God geloofde.

Dus verdeelden zij elkaar:

in gelovigen en ongelovigen, in vromen en wereldlingen, in zij die geloofden en zij die twijfelden.

Maar de meester zag iets anders.

Toen vroeg een leerling:

“Wat is goddeloosheid werkelijk?”

De meester nam hem mee naar een tempel.

Daar zag de leerling mensen:

bidden, zingen, offeren en heilige woorden uitspreken.

Alles leek toegewijd.

“Zijn dit godvruchtige mensen?” vroeg de leerling.

De meester glimlachte zacht.

“Misschien.”

Daarna liepen zij verder.

Buiten de tempel zagen zij een oude vrouw die een hongerige vreemdeling voedde.

Een man die eerlijk handelde ondanks persoonlijk verlies.

Een jong meisje dat een gewond dier verzorgde.

Geen van hen sprak over God.

Geen van hen preekte.

“En zij?” vroeg de leerling.

De meester bleef stil.

De leerling werd stil.

Daarna liepen zij door een grote stad.

De leerling zag mensen:

de naam van God gebruiken om macht te verkrijgen, heilige woorden gebruiken om anderen te veroordelen, en religie gebruiken om zichzelf belangrijk te maken.

Iedereen sprak over God.

Maar niet iedereen leek liefdevol.

“Waarom gebeurt dit?” vroeg hij.

De meester keek naar een lege kruik.

“Omdat woorden over water geen dorst lessen.”

De wind streek zacht door de straat.

“Maar meester… wat is dan ware goddeloosheid?”

De meester keek naar de open hemel.

“Goddeloosheid begint niet wanneer een mens twijfelt.”

Hij keek rustig naar de leerling.

“En ook niet wanneer hij vragen stelt.”

De leerling luisterde aandachtig.

“Goddeloosheid begint wanneer een mens zichzelf afscheidt van waarheid, liefde, mededogen en eerbied voor het leven.”

De leerling dacht lang na.

“Dus een mens kan religieus zijn en toch goddeloos leven?”

De meester knikte langzaam.

“En een mens kan zoeken, twijfelen of worstelen…” Hij keek naar de oude vrouw.

“…en toch dicht bij het goddelijke staan.”

De avond viel langzaam.

Toen sprak de meester:

“De onbewuste mens vraagt: ‘In welke God geloof jij?’” Hij keek naar de sterren.

“Maar de bewuste mens vraagt:

‘Hoe leef jij?’” De wind bewoog zacht door de nacht.

“Want het goddelijke wordt niet alleen gevonden in woorden, rituelen of overtuigingen.”

Hij keek naar de wereld om hen heen.

“Het openbaart zich in:

waarheid, liefde, dienstbaarheid, zorgzaamheid en bewustzijn.”

De leerling keek zwijgend naar de hemel.

En voor het eerst begreep hij:

dat goddeloosheid niet ontstaat door het ontbreken van een geloof… maar door het ontbreken van verbondenheid met het heilige dat door heel het leven stroomt.

De mens die voortdurend over God spreekt, kent Hem niet noodzakelijk.

En de mens die stil het goede doet, staat Hem misschien dichterbij dan hij beseft.

Want de hoogste vorm van geloof is niet wat een mens belijdt, maar wat hij belichaamt.