De Tao van Eigenwijsheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat gelijk hebben hetzelfde was als wijs zijn.
Dus verdedigden zij:
hun meningen, hun overtuigingen, hun gewoonten en hun ideeën.
Soms zelfs wanneer de werkelijkheid iets anders liet zien.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is eigenwijsheid?”
De meester nam hem mee naar een bergpad.
Daar ontmoetten zij twee reizigers.
De eerste reiziger had een kaart.
De tweede kende de weg.
Onderweg wees de tweede reiziger naar een afslag.
“Deze kant op,” zei hij.
Maar de eerste reiziger schudde zijn hoofd.
“Mijn kaart zegt iets anders.”
Dus liep hij verder.
En verdwaalde.
“Waarom luisterde hij niet?” vroeg de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“Omdat hij meer vertrouwen had in zijn gelijk dan in de werkelijkheid.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij verder.
Ze kwamen bij een oude boom.
De boom had vele stormen doorstaan.
Zijn stam was sterk.
Maar zijn takken waren buigzaam.
“Waarom breken deze takken niet?”
vroeg de leerling.
“Omdat zij kunnen meebewegen.”
De meester wees naar een dode tak die op de grond lag.
“Wat niet kan buigen, breekt vroeg of laat.”
De wind streek zacht door de bladeren.
De leerling dacht lang na.
“Maar meester...
is het verkeerd om een eigen mening te hebben?”
De meester schudde rustig zijn hoofd.
“Nee.”
Hij keek naar de horizon.
“Een eigen mening is waardevol.”
Daarna keek hij naar de boom.
“Maar een eigen mening wordt eigenwijsheid wanneer een mens ophoudt te luisteren.”
De leerling luisterde aandachtig.
Ze kwamen bij een grote stad.
Daar zag hij mensen discussiëren.
Niemand luisterde.
Iedereen sprak.
Iedereen wilde winnen.
Weinigen wilden begrijpen.
“Waarom gebeurt dit?” vroeg hij.
De meester keek naar een gesloten deur.
“Omdat veel mensen denken dat wijsheid betekent dat je gelijk hebt.”
Hij glimlachte zacht.
“Terwijl wijsheid vaak begint met de mogelijkheid dat je ongelijk hebt.”
De avond viel langzaam.
De sterren verschenen boven hen.
Toen sprak de meester:
“De koppige mens zegt: ‘Ik weet het zeker.’” Hij keek naar de hemel.
“De ontvankelijke mens zegt:
‘Misschien zie jij iets wat ik nog niet zie.’” De wind bewoog zacht door de nacht.
“En de wijze mens?”
vroeg de leerling.
De meester glimlachte.
“Die onderzoekt.”
De leerling keek naar de sterren.
En voor het eerst begreep hij:
dat eigenwijsheid niet ontstaat doordat een mens een eigen pad volgt... maar doordat hij weigert zijn pad nog eens te onderzoeken.
De eigenwijze zoekt bevestiging.
De wijze zoekt waarheid.
Want gelijk hebben is niet hetzelfde als begrijpen.
En wie bereid blijft te luisteren, ontdekt soms dat de waarheid groter is dan zijn eigen gelijk.