De Tao van Eigengereidheid
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat zij het verst kwamen wanneer zij altijd hun eigen weg gingen.
Dus luisterden zij:
naar niemand, vroegen zij zelden raad, en hielden zij vast aan hun eigen gelijk zelfs wanneer het leven iets anders liet zien.
Maar hoe koppiger zij werden, hoe vaker zij tegen dezelfde muren opliepen.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is eigengereidheid?”
De meester nam hem mee naar een bergpad.
Daar zag de leerling een ezel die midden op het pad bleef staan.
Hoe hard zijn eigenaar ook trok, de ezel bewoog geen stap.
“Waarom loopt hij niet verder?” vroeg de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“Omdat hij liever stilstaat in zijn eigen wil dan beweegt met de werkelijkheid.”
De leerling lachte.
Maar de meester zei niets.
Daarna liepen zij verder.
Onderweg kwamen zij een rivier tegen.
De rivier veranderde voortdurend van richting:
om stenen heen, langs boomwortels, door smalle doorgangen.
Toch bereikte zij uiteindelijk altijd de zee.
“Waarom is de rivier sterker dan de ezel?” vroeg de meester.
De leerling dacht even na.
“Omdat zij zich aanpast.”
De meester knikte.
“Precies.”
De wind streek zacht over het water.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
vasthouden aan meningen, weigeren fouten toe te geven, en steeds opnieuw dezelfde problemen creëren omdat zij niet wilden luisteren.
Iedereen wilde zijn eigen waarheid beschermen.
Bijna niemand wilde leren.
“Waarom is eigengereidheid zo hardnekkig?” vroeg hij.
De meester keek naar een boom die door een storm was omgevallen.
“Wat star wordt, breekt gemakkelijker.”
De leerling werd stil.
“Maar meester… is het verkeerd om je eigen koers te varen?”
De meester schudde rustig zijn hoofd.
“Nee.”
Hij wees naar een zeilschip op de horizon.
“Een koers hebben is wijs.”
Daarna keek hij naar de wind.
“Maar een goede zeiler ontkent de wind niet.”
De leerling dacht lang na.
“Dus eigengereidheid is iets anders dan zelfstandigheid?”
De meester glimlachte zacht.
“Zelfstandigheid denkt zelf.”
Hij keek naar de rivier.
“Eigengereidheid weigert te leren.”
De avond viel langzaam.
Toen sprak de meester:
“De eigengereide mens zegt: ‘Ik weet het al.’” Hij keek naar de stromende rivier.
“Maar de wijze mens vraagt:
‘Wat kan ik nog ontdekken?’” De wind bewoog zacht door de nacht.
En voor het eerst begreep de leerling:
dat kracht niet ontstaat door altijd vast te houden aan je eigen wil… maar door te weten wanneer je moet volhouden en wanneer je mag meebewegen.
De starre tak breekt in de storm.
De buigzame tak overleeft.
Zo leert het leven dat openheid vaak sterker is dan koppigheid.