De Tao van de Liefde
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat liefde betekende:
bezitten, vasthouden, begeerd worden en nooit alleen zijn.
Dus zochten zij voortdurend naar iemand die hun leegte kon vullen.
Maar hoe sterker zij vasthielden, hoe vaker liefde veranderde in angst.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is ware liefde?”
De meester nam hem mee naar een tuin in de vroege ochtend.
Daar zag de leerling bloemen die hun geur verspreidden zonder te vragen wie ervan genoot.
“Zie je dat?” vroeg de meester.
“De bloem probeert niemand te bezitten.
Toch geeft zij zichzelf volledig.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij langs een rivier.
“Liefde,” zei de meester zacht, “is als water.
Wanneer je haar probeert vast te grijpen, glipt zij tussen je vingers vandaan.
Maar wanneer je haar laat stromen, brengt zij leven.”
De leerling dacht lang na.
“Maar waarom doet liefde dan soms zoveel pijn?”
De meester keek naar de lucht waarin wolken langzaam voorbijtrokken.
“Omdat mensen liefde vaak vermengen met angst, verlangen en ego.”
Hij wees naar het water dat alles weerspiegelde zonder iets vast te houden.
“Ware liefde vraagt niet voortdurend:
‘Wat krijg ik terug?’” De wind bewoog zacht door de bomen.
Toen sprak de meester:
“Wanneer liefde uit ego ontstaat, wordt zij honger.
Maar wanneer liefde uit bewustzijn ontstaat, wordt zij aanwezigheid.”
De leerling voelde voor het eerst hoe stil liefde eigenlijk kon zijn.
En in die stilte begrepen zijn hart meer dan woorden ooit konden uitleggen.