De Tao van de Kunst
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat kunst bedoeld was om bewonderd te worden.
Dus schilderden zij voor roem, schreven voor applaus en creëerden voor erkenning.
Maar hoe harder zij probeerden indruk te maken, hoe leger hun werk begon te voelen.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat is ware kunst?”
De meester bracht hem naar een oude kalligraaf die in stilte één enkel teken schilderde.
Geen publiek.
Geen haast.
Geen behoefte aan bewondering.
Alleen volledige aanwezigheid.
De leerling keek verbaasd.
“Maar meester… hij probeert niemand te imponeren.”
De meester glimlachte zacht.
“Daarom leeft zijn kunst.”
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag kunstenaars die voortdurend riepen:
“Kijk naar mij.”
“Zie hoe bijzonder ik ben.”
“Bewonder mijn werk.”
Maar achter hun ogen zag hij onrust.
“Waarom voelen zij zich zo leeg?” vroeg hij.
De meester keek naar een vogel die zonder trots zong in een boom.
“Omdat kunst sterft wanneer zij alleen nog het ego dient.”
De leerling werd stil.
“En hoe ontstaat echte kunst?”
De meester doopte zijn penseel opnieuw in inkt.
“Wanneer een mens zo aanwezig wordt dat iets groters dan hijzelf door hem heen kan bewegen.”
De wind streek zacht langs het papier.
Toen sprak de meester:
“De kunstenaar denkt vaak dat hij het werk creëert.
Maar de wijze kunstenaar begrijpt dat hij soms slechts het kanaal is.”