Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van de Innerlijke Strijd

Terug naar het overzicht

In de oude wereld geloofden mensen dat hun grootste vijanden buiten zichzelf leefden.

Dus vochten zij:

tegen anderen, tegen omstandigheden, tegen kritiek en tegen de wereld.

Maar hoe harder zij vochten, hoe vermoeider hun hart werd.

Toen vroeg een leerling aan de meester:

“Waarom voel ik soms strijd in mezelf zelfs wanneer alles om mij heen stil is?”

De meester nam hem mee naar een bergpad in de schemering.

Daar zag de leerling twee wolven die tegenover elkaar stonden:

één onrustig en agressief, de ander kalm en helder.

“Welke wolf zal winnen?” vroeg de leerling.

De meester keek rustig naar de dieren.

“Degene die gevoed wordt.”

De leerling werd stil.

Daarna gingen zij zitten bij een klein vuur.

De leerling sprak zacht:

“Waarom trekken ego, angst, boosheid en verlangen zo hard aan een mens?”

De meester keek naar de vlammen die voortdurend bewogen.

“Omdat de mens meerdere krachten in zich draagt.”

Hij wees naar het vuur.

“Sommige trekken omhoog naar bewustzijn.

Andere trekken omlaag naar verwarring.”

De wind streek koud langs de bergwand.

“Maar meester… hoe stopt een mens die innerlijke strijd?”

De meester glimlachte zacht.

“Wie voortdurend tegen zichzelf vecht, maakt de strijd vaak groter.”

De leerling keek verbaasd.

“Dus wat moet ik dan doen?”

De meester wees naar het vuur dat rustiger werd toen niemand er meer in pookte.

“De wijze mens leert eerst kijken.”

Hij keek rustig naar de sterren boven hen.

“Zonder direct:

te onderdrukken, te oordelen of meegezogen te worden.”

De leerling dacht lang na.

“Maar waarom voelen sommige mensen zoveel onrust?”

De meester keek naar de donkere bergen.

“Omdat veel mensen hun bewustzijn voortdurend voeden met:

angst, vergelijking, lawaai, verlangen en onafgebroken prikkels.”

Hij legde rustig een stuk hout op het vuur.

“Wat een mens voedt, groeit.”

De vlammen bewogen zacht in de nacht.

Toen sprak de meester:

“De innerlijke strijd verdwijnt niet wanneer een mens perfect wordt.”

Hij keek naar de stille hemel.

“Maar wanneer bewustzijn langzaam sterker wordt dan de krachten die hem voortdurend uit balans trekken.”

De leerling keek zwijgend naar het vuur.

En voor het eerst begreep hij:

dat vrede niet ontstaat door oorlog te voeren tegen zichzelf… maar door bewust genoeg te worden om niet iedere innerlijke storm meer te volgen.