De Tao van de Dood en het Graf
Terug naar het overzichtIn de oude wereld vreesden mensen de dood meer dan bijna alles.
Dus probeerden zij:
jong te blijven, ziekte te vermijden, hun naam achter te laten en zichzelf vast te klampen aan wat vergankelijk was.
Maar hoe harder zij vochten tegen vergankelijkheid, hoe groter hun angst werd.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Waarom zijn mensen zo bang voor de dood?”
De meester nam hem mee naar een oud kerkhof aan de rand van het bos.
De wind streek zacht langs verweerde stenen.
Sommige graven waren groot en rijk versierd.
Andere eenvoudig en bijna vergeten.
“Wie van hen was belangrijker?” vroeg de meester.
De leerling keek zwijgend rond.
Na lange tijd antwoordde hij zacht:
“In de dood lijken zij gelijk.”
De meester glimlachte.
“Precies.”
Daarna gingen zij zitten onder een oude boom naast het grafveld.
“Maar meester…” zei de leerling, “waarom voelt de dood zo zwaar?”
De meester pakte een gevallen blad van de grond.
“Zie je dit blad?”
De leerling knikte.
“Het viel van de boom,” zei de meester zacht.
“Maar de boom zelf leeft verder.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij langs graven waar namen langzaam vervaagden door de tijd.
“Waarom proberen mensen zo hard herinnerd te worden?” vroeg hij.
De meester keek naar de hemel boven hen.
“Omdat het ego bang is te verdwijnen.”
De wind bewoog door de kale takken.
“Maar de Tao leert dat alles wat ontstaat ook weer terugkeert.”
Hij wees naar de aarde waarin gevallen bladeren langzaam voeding werden voor nieuw leven.
“De dood is niet alleen een einde…” De meester glimlachte zacht.
“…maar ook een terugkeer.”
De leerling keek naar de stille graven.
Voor het eerst voelde hij niet alleen verdriet…
maar ook rust.
“Moet een mens de dood dan niet vrezen?” vroeg hij zacht.
De meester bleef lang stil.
Toen antwoordde hij:
“De wijze mens zoekt de dood niet.
Maar hij leeft ook niet voortdurend in angst ervoor.”
Hij keek naar de ondergaande zon die langzaam achter de horizon verdween.
“Want wie werkelijk begrijpt dat alles vergankelijk is…” De lucht kleurde goud en rood boven het kerkhof.
“…leert eindelijk volledig leven.”
De leerling keek zwijgend naar het grafveld dat plotseling minder donker leek dan voorheen.
En voor het eerst begreep hij:
dat het graf niet alleen herinnert aan het einde van het lichaam… maar ook aan de kostbaarheid van ieder moment dat ons gegeven is.