Duurzame voedselketens in verbinding

Stichting Verandering door Verbinding

Voor een eerlijke, gezonde en transparante relatie tussen mens, natuur en voedsel in een tijd van grote verandering.

Algemeen Nut Beogende Instelling

De Tao van Broederschap

Terug naar het overzicht

In de oude wereld geloofden mensen dat zij van elkaar gescheiden waren.

Dus verdeelden zij zichzelf:

in landen, in geloven, in groepen, in standen en in meningen.

Steeds opnieuw trokken zij lijnen tussen:

wij en zij, vriend en vijand, eigen en vreemd.

Maar hoe meer grenzen zij trokken, hoe meer zij vergaten wat hen werkelijk verbond.

Toen vroeg een leerling aan de meester:

“Wat is broederschap?”

De meester nam hem mee naar een vuur in de nacht.

Rond het vuur zaten mensen:

jong en oud, arm en rijk, geleerd en ongeletterd.

Het vuur verwarmde iedereen gelijk.

“Voor wie brandt het vuur?” vroeg de meester.

“Voor iedereen,” antwoordde de leerling.

De meester glimlachte zacht.

“Precies.”

De leerling werd stil.

Daarna liepen zij door een grote stad.

De leerling zag mensen:

ruziën om verschillen, oordelen op uiterlijk, en elkaar wantrouwen zonder elkaar werkelijk te kennen.

Iedereen sprak over verbondenheid.

Maar velen leefden in verdeeldheid.

“Waarom is broederschap zo moeilijk?” vroeg hij.

De meester keek naar een hand.

“Hoeveel vingers zie je?”

“Vijf.”

“Zijn zij hetzelfde?”

“Nee.”

“En toch vormen zij samen één hand.”

De wind streek zacht door de straat.

De leerling dacht lang na.

“Dus verschillen zijn niet het probleem?”

De meester schudde rustig zijn hoofd.

“Nee.”

Hij wees naar een bos.

Geen boom was hetzelfde.

Geen blad was identiek.

Toch vormden zij samen één levend geheel.

“Broederschap ontstaat niet wanneer iedereen hetzelfde wordt.”

Hij keek naar de bomen.

“Broederschap ontstaat wanneer mensen beseffen dat zij ondanks hun verschillen bij hetzelfde leven horen.”

De leerling werd stil.

“Maar meester… waarom vergeten mensen dat zo vaak?”

De meester keek naar een spiegel.

“Omdat het ego voortdurend zoekt naar wat scheidt.”

Hij keek daarna naar de open hemel.

“Maar bewustzijn zoekt naar wat verbindt.”

De avond viel langzaam.

Toen sprak de meester:

“De onbewuste mens vraagt: ‘Hoe verschillen wij van elkaar?’” Hij keek naar het vuur dat nog steeds iedereen verwarmde.

“Maar de bewuste mens vraagt:

‘Wat hebben wij gemeen?’” De wind bewoog zacht door de nacht.

En voor het eerst begreep de leerling:

dat broederschap niet ontstaat uit gelijkheid… maar uit het besef dat achter alle namen, rollen, overtuigingen en verschillen hetzelfde leven stroomt.

Wie alleen verschillen ziet, vindt altijd verdeeldheid.

Wie dieper kijkt, ontdekt verwantschap.

Want onder alle vormen klopt hetzelfde hart van het leven.