De Tao van Benedictus de Monnik
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat vrede gevonden werd door de wereld te verlaten.
Dus trokken velen zich terug:
achter kloostermuren, in stilte, ver weg van rumoer, macht en verleiding.
Maar zelfs daar namen zij hun eigen onrust mee.
Toen vroeg een jonge leerling aan Benedictus:
“Meester, waarom vinden zoveel mensen geen vrede, zelfs niet in afzondering?”
Benedictus nam hem mee naar de kloostertuin bij zonsopgang.
Monniken werkten zwijgend tussen de kruiden:
sommigen bakten brood, anderen kopieerden boeken, anderen verzorgden zieken.
Niemand werkte voor roem.
Niemand werkte voor bezit.
Alles gebeurde aandachtig.
“Zie je dat?” vroeg Benedictus zacht.
“Stilte ontstaat niet omdat de wereld stil wordt…” Hij wees naar het hart van de leerling.
“…maar wanneer de mens ophoudt voortdurend tegen het leven te vechten.”
De leerling werd stil.
Later liepen zij langs de refter waar eenvoudige maaltijden werden gedeeld.
Niemand nam meer dan nodig was.
Niemand bleef met lege handen achter.
“Waarom voelt dit anders dan de wereld buiten de muren?” vroeg de leerling.
Benedictus keek naar de lange houten tafel.
“Omdat mensen buiten vaak leven vanuit:
hebzucht, vergelijking en onrust.”
Hij brak rustig een stuk brood.
“Maar hier proberen wij te leven vanuit aandacht, ritme en dienstbaarheid.”
De leerling dacht lang na.
“Maar meester… moeten mensen dan allemaal monnik worden?”
Benedictus glimlachte zacht.
“Nee.”
Hij keek naar de wind die door de bomen van de kloostertuin bewoog.
“Een klooster is niet alleen een plaats.”
De vogels zongen tussen de oude stenen muren.
“Het is een innerlijke houding.”
De leerling keek verbaasd.
“Hoe bedoelt u dat?”
Benedictus antwoordde:
“Een mens kan midden in de drukste stad leven en toch innerlijke stilte bewaren.”
Hij keek rustig naar de opkomende zon.
“En een ander kan in volledige afzondering leven maar nog steeds slaaf zijn van zijn eigen onrust.”
De wind streek zacht door de tuin.
Toen sprak Benedictus:
“Ware discipline is niet hardheid.
Ware eenvoud is geen armoede.
En ware stilte is niet de afwezigheid van geluid…” Hij glimlachte zacht.
“…maar de afwezigheid van innerlijke strijd.”
De leerling keek zwijgend naar de monniken die in stilte samenwerkten.
En voor het eerst begreep hij:
dat het pad van de monnik niet draait om vluchten uit de wereld… maar om leren leven zonder voortdurend door het ego meegesleept te worden.