De Tao van Afgunst
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat het geluk van de ander iets van hun eigen waarde afnam.
Dus vergeleken zij voortdurend:
succes, bezit, talent, liefde en erkenning.
Maar hoe meer zij naar anderen keken, hoe verder zij verwijderd raakten van zichzelf.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Waarom voelen mensen afgunst?”
De meester nam hem mee naar een tuin vol bloemen.
Sommige bloemen waren groot.
Andere klein.
Sommige bloeiden vroeg in het voorjaar, andere pas veel later.
Toch probeerde geen enkele bloem de schoonheid van de ander af te nemen.
“Welke bloem is belangrijker?” vroeg de meester.
De leerling keek lang maar vond geen antwoord.
De meester glimlachte zacht.
“De natuur vergelijkt niet zoals het ego dat doet.”
De leerling werd stil.
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
jaloers worden op succes, anderen klein maken uit onzekerheid, en zich ongelukkig voelen door wat iemand anders bezat of kon.
Iedereen keek naar elkaar.
Bijna niemand keek nog naar zichzelf.
“Waarom maakt afgunst mensen zo bitter?” vroeg hij.
De meester keek naar een man die voortdurend naar het huis van zijn buurman staarde maar zijn eigen tuin had laten verdorren.
“Omdat afgunst energie geeft aan wat buiten jezelf ligt…” Hij wees naar de verwaarloosde grond.
“…terwijl het eigen innerlijke leven vergeten wordt.”
De wind streek zacht door de straat.
“Maar meester… hoe bevrijdt een mens zich van afgunst?”
De meester wees naar de zon die zonder onderscheid licht gaf aan alle bloemen.
“Door te begrijpen dat het leven geen wedstrijd is.”
Hij keek rustig naar de leerling.
“De weg van de ander neemt niets weg van jouw eigen pad.”
De leerling dacht lang na.
“Dus afgunst ontstaat uit tekortdenken?”
De meester knikte langzaam.
“Het ego gelooft:
‘Wanneer de ander straalt, blijf ik minder over.’” Hij glimlachte zacht.
“Maar bewustzijn begrijpt dat het licht van een ander niet jouw licht vermindert.”
De stad werd langzaam stil in de avond.
Toen sprak de meester:
“De afgunstige mens kijkt voortdurend naar wat hij mist.”
Hij keek naar de bloeiende tuin.
“Maar de bewuste mens leert verzorgen wat in hemzelf wil groeien.”
De leerling keek zwijgend naar de bloemen die allemaal op hun eigen moment bloeiden.
En voor het eerst begreep hij:
dat afgunst niet ontstaat door de rijkdom van de ander… maar door het vergeten van de waarde die al in jezelf aanwezig is.