De Tao van Aanbidding
Terug naar het overzichtIn de oude wereld geloofden mensen dat aanbidding betekende dat men moest buigen voor iets buiten zichzelf.
Dus aanbaden zij:
macht, goud, leiders, beelden, ideeën en zelfs hun eigen verlangens.
Maar hoe meer zij buiten zichzelf zochten, hoe verder zij verwijderd raakten van innerlijke waarheid.
Toen vroeg een leerling aan de meester:
“Wat betekent het werkelijk om iets te aanbidden?”
De meester nam hem mee naar een enorme tempel vol wierook, zang en rituelen.
Mensen knielden:
uit angst, uit hoop, of uit verlangen naar bescherming.
“Is dit aanbidding?” vroeg de leerling.
De meester glimlachte zacht.
“Soms.”
Daarna bracht hij de leerling naar een oude vrouw die in stilte brood bakte voor armen.
Geen rituelen.
Geen grootse woorden.
Alleen aandacht en liefde.
“En dit dan?” vroeg de meester.
De leerling werd stil.
De wind streek zacht door de straat.
“Waarom voelt dit even heilig?” vroeg hij.
De meester keek naar de warme handen van de vrouw.
“Omdat ware aanbidding niet alleen zichtbaar wordt in woorden…” Hij wees naar het gedeelde brood.
“…maar in hoe een mens leeft.”
Daarna liepen zij door een grote stad.
De leerling zag mensen:
geld aanbidden, status aanbidden, hun imago aanbidden, en voortdurend hun aandacht geven aan alles wat hun ego voedde.
“Beseffen mensen wel wat zij aanbidden?” vroeg hij.
De meester keek naar de flikkerende schermen in de nacht.
“Een mens aanbidt uiteindelijk datgene waaraan hij:
zijn aandacht, zijn energie en zijn leven geeft.”
De leerling dacht lang na.
“Maar meester… wat is dan ware aanbidding?”
De meester keek naar de sterren boven de rumoerige stad.
“Ware aanbidding ontstaat wanneer een mens zich opnieuw verbindt met waarheid, bewustzijn en liefde.”
Hij glimlachte zacht.
“Niet uit angst…
maar uit verwondering.”
De nacht werd stil om hen heen.
Toen sprak de meester:
“De onbewuste mens aanbidt wat zijn verlangens voedt.”
Hij keek rustig naar de open hemel.
“Maar de bewuste mens leert eerbied voelen voor het leven zelf…” De wind streek zacht langs hun gezichten.
“…en probeert daardoor zorgvuldiger, liefdevoller en waarachtiger te leven.”
De leerling keek zwijgend naar de sterren.
En voor het eerst begreep hij:
dat aanbidding niet begint bij rituelen of woorden… maar bij datgene waaraan een mens zijn hart werkelijk toevertrouwt.